| |
 |
Carnavalsaffiche: de ontwerper aan het woord.
Gilles Van Schuylenbergh
Wat opvalt aan deze affiche is dat het afgebeelde zich niet afspeelt
tijdens carnaval. Het gaat hier niet om een momentopname van carnavalesk
feestgedruis. In plaats van massa’s carnavalisten op een levendige
locatie, ziet men slechts één figuur op een voor de rest lege Grote
Markt.
Ik probeerde hier niet de feestelijkheden te vertalen maar me te
concentreren op een ander, voor menig Aalstenaar herkenbaar tafereel:
een gevoel dat men kan krijgen wanneer men tijdens het jaar rustig over
de Grote Markt loopt en men zich plotseling realiseert dat diezelfde
locatie 3 dagen lang de kern vormt van het Aalsterse Carnaval. Wie dit
feest nog niet heeft meegemaakt, beseft op dat moment niet dat de
rotonde met haar mooi aangelegde bloemenperkje, zich zal transformeren
tot de finale van de zondagsstoet, het danscentrum
by night, de verzamelplaats voor de Voil Jeanettenstoet en, tot slot, de
plaats van de popverbranding waarbij duizenden carnavalsneuzen gericht
zijn naar dit middelpunt.
Deze opsommende flashback (of flashforward) schept een haast absurd
contrast met de overige 362 dagen. De figuur die de Grote Markt
aanschouwt beseft dit wél en zijn schaduw verraadt waar hij met zijn
gedachten zit. Een mengelmoes van mooie herinneringen en met voorpret
gevulde vooruitzichten.
Ik werd dit jaar vereerd met de opdracht de affiche voor Aalst carnaval
2008 te ontwerpen. Omdat 23 inzendingen voor de jaarlijkse
affichewedstrijd volgens het
college van burgemeester en schepenen niet overtuigend waren, besliste
de stad om
een voormalige laureaat aan te duiden voor het ontwerp.
Chronologisch terugkerend was ik de eerste niet-deelnemer van de
wedstrijd die in aanmerking kwam. 2 jaar geleden ontwierp ik samen met
mijn vader, André van Schuylenbergh, reeds de carnavalsaffiche, een
duidelijke stijlenmix van ons beiden.
Deze affiche heb ik volledig volgens mijn artistieke stijl gemaakt.
Wie dus een “André van Schuylenbergh” verwacht, komt bedrogen uit. Mijn
schilderijen zijn feitelijk opgewerkte fotocollages. Ik vertrek vanuit
een reeks aaneengeplakte fotografische fragmenten. Vervolgens schakel ik
over tot het schilderen. Overbodige details verdwijnen onder de verf en
nieuwe lijnen vervormen het realisme dat door de foto’s werd gecreëerd.
Het uiteindelijke resultaat levert een heel eigen beeld op met zowel
surrealistische als kubistische trekjes:
- het surreële kantje: de Grote Markt werd visueel uitgezuiverd: zoals
men in een droom een plaats kan herkennen terwijl men weet dat die
plaats er in de realiteit niet precies zo uitziet.
- het kubistische kantje kan men dan weer herkennen in de verschillende
versmolten perspectieven. De figuur werd langs achter gefotografeerd
maar zijn schaduw werd in vogelperspectief geschilderd.
Ook het belfort toont meer kanten dan dat we met onze 2 ogen kunnen
waarnemen.
We weten dat het niet klopt, maar het beeld wordt er wel totaler door.
De omstandigheden bij het ontwerpen van de affiche waren niet altijd
even makkelijk. Vooreerst was er een tijdstekort: op het moment dat ik
de opdracht aanvaardde, zou normaal gezien de affiche al in druk en de
ontwerpen van de afgeleiden (medailles, pins, poststempel,...) al
ontworpen moeten zijn. Men vroeg me ook om niet 1 maar 3 ontwerpen te
maken, zodat de stad nog steeds zou kunnen kiezen.
In combinatie met de tijdsnood, vertaalde de deadline zich hierdoor naar
1 afgewerkt ontwerp per week. Stevig doorwerken dus!
Tijdens de openingsuren van mijn tekenwinkel heb ik staan schilderen in
de badkamer omdat ik de winkelbel niet kan horen vanuit mijn atelier.
Gelukkig verkoop ik verf dus stoorden mijn klanten zich niet aan mijn
“volgedesjterde” uiterlijk.
Zelf ben ik een carnavalist in hart en nieren. Ik hou van de
humoristische anarchie die er heerst en loop jaarlijks mee met de losse
groep “goegeloin” waar ik samen met mijn maten graag de actualiteit op
de korrel neem. Die jaarlijks verse inspiratie in Aalst is zo
bewonderenswaardig. Alle carnavalisten die er telkens opnieuw in slagen
om gevatte persiflages uit te beelden, houden ons feest ook heel modern
(ik vrees/hoop dan ook om mezelf in de stoet tegen te komen).
Carnaval evolueert mee en dat is niet erg. Mensen die mijn
carnavalliedjes kennen, merken misschien dat ik probeer af te stappen
van traditionelere teksten en eerder een herkenbare snaar probeer te
raken, zoals de verkleedgewoonten van sommigen (“wadejoon”) of het
evolueren van ons dialect (“int Oilsjters”).
Op diezelfde manier ben ik tewerk gegaan bij mijn ontwerpen voor de
affiche. Ik vind dat er plaats moet zijn voor bepaalde symbolen en
folklore maar dat betekent niet dat de essentie van carnaval daar van
afhangt.
Carnaval zal/mag nooit vastroesten in herhaling. Anders kunnen we
evengoed om de 10 jaar gaan kijken naar een paard en telkens even
gelukkig zijn.
|
|